Bezienswaarde

img_20161216_134847
In 1987 ging mijn moeder met mij naar tussen Kunst en Kitsch. Ze wilde kennelijk wel eens weten wat ze eigenlijk in huis had.
Ik had destijds niets in de gaten, net als de objecten die in het programma getoond en gekeurd werden, zich van geen kunst bewust waren.
Zo werd ik immers ook aan artsen, onderwijzers en hulpverleners voorgeleid als een bezienswaardigheid. Er moesten diverse deskundigen aan te pas komen om mij op waarde te schatten.
Ik was kennelijk een geval apart.
Aardewerkexpert Zandberg, glasexpert Drs. Waterik , dr. Leemkuil antieke roofkunst, en expert niet-westerse exotica, Leonie Vezeldak. Kortom de hele crew boog zich over mij.
Er werd gewogen, sommige oordeelden te zwaar, voor anderen woog ik weer te licht.
‘Hoe bent u er eigenlijk aan gekomen, als ik vragen mag?’ vroeg de presentator aan mijn moeder.
‘Ja, hoe kom je aan zoiets? , het komt geloof ik uit de familie’.
‘Een familiestuk dus…een heel bijzonder verhaal…dan rest nu nog de hamvraag; wat voor waarde vertegenwoordigt dit familiestuk?’ vroeg de presentator gretig.
‘Wat de gek ervoor geeft’, zei de porseleinman.
‘Onbetaalbaar, omdat het een prototype is,’ vond de meubelverzamelaar.
‘Pure kitsch!’, oordeelde de Art-Deco ingewijde.
‘Het is een kopie, niet slecht gedaan, maar het blijft plagiaat!’ zei het hoofd Klassieke Oudheid.
‘Het valt buiten iedere kunsthistorische context, dus valt er niets zinnigs over te zeggen’ legde de kunsthistorica resumerend uit aan het ademloze publiek.

‘Nou, mevrouw dat was wel even schrikken hè?, u hoeft in ieder geval geen hogere verzekering af te sluiten!’ grapte Drs Zandberg.
‘Dat had ik ook niet verwacht’ zei mijn moeder, ‘maar ik doe hem niet weg hoor, nee, het heeft toch veel affiniteitswaarde,
nee, het blijft in de familie!’

Skuumklunen


Foto: Jelle Touw © 2016

Het skuumklunen, snelstgroeiende wintersport naast het mistburlen is weer begonnen. De perfecte omstandigheden zijn er dan ook naar; krek rond het vriespunt met minimaal windkracht 8. Aan de kust ontstaan dan spontaan de manshoge schuimbanken die genomen moeten worden. ‘Het is gewoon een oerdrift!’ aldus Sytske Touw, geen familie overigens.
‘Zie ik al dat schuim dan moet ik der gewoon dwars doorheen, geen houwen aan, prachtig met al die wind man!’
‘Je kunt er ook niet op trainen, da’s het mooie, opeens schuimt het en dan moet je meteen aan de bak voor het weer weg is’ Keiharde bikkels zijn het, deze mannen die de ongekende gevoelskouden kunnen doorstaan en daarna lekker in bad met wat sop.
‘Gaat het trouwens nog misten deze winter?’
Bij het idee alleen al staat het schuim Sytske op de lippen.

Iets dergelijks

Zeg, zag je dat?
Zo, ongelooflijk man… wat was dat dan?
Het leek wel op een ding of iets dergelijks.
Een ding…dus het leefde niet?
Dat kon ik zo gauw niet ontdekken.
Dan zal het wel iets dergelijks geweest zijn.
Zoiets heb ik nog nooit zien, jij?
Zullen we dat dan maar rapporteren…iets dergelijks?
Da’s goed, maar hoe omschrijf je iets dergelijks?
Ja, daar zeg je zo wat…niet nader te bepalen?
Nou, ja het is wel iets…je kunt het zien en misschien zelfs aanraken?
Dan zou het op z’n minst een ding zijn.
Zeker, maar als het leeft is het geen ding!
Hoe weten we of het leeft?
Door erin te prikken?, als het niet reageert dan is het dood materiaal?
Misschien kan het wel niet reageren, heeft het geen expressiemogelijkheden.
Dan heeft het alleen lichaamstaal!
Ja, maar wat zegt dat lichaam dan?
Weet ik veel, versta jij lichaamstaal?
Nou eerlijk gezegd niet, maar het lichaam zegt in ieder geval dat het er is!
Maar bij een dood ding spreek je toch niet van een lichaam?
Natuurlijk wel, een kubus of een bol is toch ook een lichaam?
O ja, hemellichamen en dergelijke.
Zullen we het dan maar op ‘iets dergelijks’ houden?
Ik weet het niet, hè…
Ik ook niet…laten we maar doen alsof we niets gezien hebben.
Dat lijkt mij inderdaad het beste, dit valt niet uit te leggen.
Laten we een ding afspreken: dit is nooit gebeurd!
Zo is het…we hebben niks zien.
………………………..
Kijk naar m’n handen man….ze trillen nog na!
Verdomme nog aan toe… iets dergelijks!

Huidbewoners

img_20161214_120038
We zaten als gegoten in dit alomvattende vel,
zo leerden we dat op ‘de School des Levensch’.
‘Alom gevat in vel, gevangenen van het vlees’.
De huid als kust die ons omgeeft, dat geloofden we.

Als we even ontsnapten aan de leer wisten we wel beter:
De huid is omgeving, bezield door grenzenloze geest.
Die geest is evenzeer buiten de huid tastbaar, als daar binnen.
De zee van hemel bleef aanspoelen op het huidige strand.

De hemelse geest verkent ons ‘huidbewoners’ door en door.
Ze bevrijdt ons van het knellende vel door zich gelijk te stellen.
Het was maar een membraan van waan geweest, heel geestig.

Wat was de aarde anders dan opperhuid, planeetbekleding?
Wij liepen jaren over haar huid als gekken, te graven, te boren…
Waar was het allemaal voor? Het wilde zichzelf beleven, of zo.

Ongekerstend


Wat betekent kerst? Wat betekent kerst voor iemand die nooit gekerstend is?
Zonder kerstening blijft alleen de kerstboom over. De ongekerstende rest de status van ongelovige heiden die in een eeuwig groene boom gelooft, in onsterfelijkheid.
De lichtjes in de boom staan voor het licht dat wordt herboren, de zonnewende.
Alles is onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dat de boom als heilige wordt vereerd
is zeer terecht. Het groen op deze aarde zorgt namelijk voor zuurstof, zonder zuurstof geen
biologie, geen leven. Zonder licht geen fotosynthese. Het woord heilig betekent simpelweg
dat iets heel is, dat iets bijdraagt tot een geheel en dat het helend is om dat te beseffen. Een goede heiden zal dus nooit het kindje met het badwater weggooien.
Het heilige kind dat geboren werd in een zwijnenstal.
Wij zijn allemaal niet-menselijke dieren onder elkaar.
Het enige dat ons van dieren onderscheid is dat we onmenselijk met onze mededieren omgaan. Om over onze heilige bossen een oerwouden maar helemaal te zwijgen.
Het hele kerstverhaal zit gekluisterd in één simpele lucifer.

Bloedserieus

foto
Foto: Jelle Touw © 2016

Regeren? Dat kan mijn dochtertje van drie ook.
Je moet alleen een beetje goed voor de dag komen.
Maar daar krijg je kleedgeld voor en een eigen kapster.
Het is verplicht om zoveel mogelijk op je imago te lijken.
Anders lijkt het of iemand anders de macht heeft gegrepen.
Je leeft als onpersoonlijk icoon, je kop is gemunt door de staat.

Mijn dochtertje van drie zit nog stevig op haar troon.
Wij zijn haar bedienden, dat hoort zo bij haar leeftijd.
Straks moet ze van haar verheven positie afdalen,
naar ons, het gewone voetvolk en dienstbaar leren zijn.
Maar voorlopig schildert ze nog als Karel Appel, abstract.
Ze is bloedserieus, nooit zal ze zeggen; ‘Ik rotzooi maar wat aan!’

Beweging

De man van de straat liep schoorvoetend naar het centrale stadsplein waar alle straatmannen zich dagelijks verzamelden. Ze hadden geen werk, geen geld om de woestijn van de vrije tijd aangenaam aan te kleden. De platanen op het plein hadden op hun beurt alle bladeren verloren zodat het sierplaveisel van het plein niet meer te zien was. De doelloze voeten gingen schuil onder de dorre bladeren.
Opeens had de man iets onverstaanbaars geroepen en was gaan lopen. Er ontstond beroering en de menigte begon hem te volgen. Niet dat ze ergens heen gingen maar er gebeurde tenminste iets. Ze bleven op het plein rondjes draaien als een mierenkolonie op drift.
Het voelde letterlijk alsof er een beweging op gang kwam, geleid door die ene man. De gang door de bladeren gaf een zachte ruis die het hele plein vulde.
Het gerucht bereikte het journaal, dat het verhaal bracht dat er een nieuwe beweging was ontstaan. Er werden journalisten op afgestuurd om het fenomeen te duiden.
Verslaggevers moesten meelopen in de massa van mannen om de oorzaak op te sporen.
Na een uur navraag werd de man van de straat aangewezen als aanstichter van de Herfstbladbeweging. Voor de camera werd hem gevraagd waartoe hij had opgeroepen?
Niemand van zijn volgers had hem echt verstaan. De man van de straat verklaarde: ‘Het enige wat ik zei was; Ik krijg het koud, we moeten in beweging blijven!’
‘Dus het is geen protest tegen de opkomst van de robot?’ vroeg de opgewonden verslaggever.
De man van de straat haalde zijn schouders op en liep naar huis. De menigte volgde hem tot aan zijn deur. Zijn huis werd een bedevaartsoord. Verkeersaders raakten verstopt, het stadsleven stagneerde.
De volgende ochtend verscheen de man van de straat op het balkon.
Hij leek aanstalten te maken voor een toespraak, maar het enige wat hij zei was;
‘Bliep!’
Niets meer niets minder.

Onbedoeld

foto

Wat bedoel je nou toch met dat onbedoelde?

-Nou, misschien bedoel ik eigenlijk dat we niet weten wat de bedoeling is en dat datgene dat wij als onbedoeld zien misschien wel onbedoeld de bedoeling is.

-Jajajaja…hmm!…nee toch…jaja!

-Om het op de spits te drijven: dat het toeval is voorbeschikt!

-Jaja, dat is wel heel spits. Dus als er geen bedoeling achter zit dan is het kennelijk de bedoeling dat het leven onbedoeld loopt zoals het loopt?

-Zoiets…wellicht…als er een doelgerichte bedoeling aan vooraf zou gaan, dan zou dat een gesloten systeem vormen dat heel veel mogelijkheden uitsluit. Terwijl evolutie juist een open systeem veronderstelt waardoor er meerdere mogelijkheden zich kunnen ontplooien.

-Mogelijkerwijs misschien?

-Een gesloten systeem kan alleen tot reproductie leiden, niet tot evolutie. Dat niemand de uitkomst bepaalt vormt de essentie van vrij zijn.

-Dus de uitkomst is onzeker…eventueel?

-Onzekerheid is de uitkomst zou je kunnen stellen.
Niet weten is het enige wat het leven spannend maakt…verdwalen is de juiste route!

-Onzekerheid staat vast…als een paal boven water?

-Totale maakbaarheid is een hel van fluweel, je zit de hele oneindigheid op het pluche perfect en zeker te zijn van alles.

-Mooi gezegd, van wie is die uitspraak?

-Wildesheim natuurlijk!

-Ach, ik wist het!

-Of was het nou Birkenstock?