De brug had een duurzame relatie aangelegd met de tunnel. Op de andere oever hadden ze elkaar leren kennen. Waar de brug haar voet aan land zette kwam de tunnel boven water.
Dat ze beiden oevers met elkaar verbonden schiep meteen een band.
Door hun verkeersaders stroomde het verkeer als een rivier van blik.
De brug was extravert en had veel buitenkant, de tunnel daarentegen was in zichzelf gekeerd en had louter binnenkant. De brug had een wijdse visie op de wereld, de tunnel beperkte zich tot één zienswijze. Hun geslachtelijk verkeer had vruchten afgeworpen, twee mooie kinderen; een kleine rotonde en een vluchtheuvel. De rotonde was nogal een ongedurig kind die in een vicieuze cirkel ronddraaide en plots kon afslaan naar een zijweg.
De vluchtheuvel bleef graag standvastig en geduldig op haar plaats wachten op niets.
Het lag in de lijn der verwachting dat de kinderen in de voetsporen van hun ouders zouden treden. Echter, de rotonde wilde later een rivier worden en zijn zus de vluchtheuvel wilde gewoon zichzelf blijven tot groot verdriet van de ouders.
Ze gingen hun eigen weg.
Auteur: openbaargeheim.
Oerbeeldig

De fiets is een bijzonder ontwerp, de oervorm is al zo lang gelijkvormig is gebleven, uniform. De fiets is een oerbeeld geworden zoals de paperclip, de lucifer, de wasknijper,
het potlood, de deur. Ook al bestaat het beeld uit losse onsamenhangende onderdelen,
wordt het toch als fiets geïdentificeerd. Het oerbeeld is een soort kale kapstok die door onze geest tot fiets wordt aangekleed. Zo werken taalsymbolen waarschijnlijk ook: kale kapstokken, uit abstracte tekens opgebouwd waar wij betekenissen aan ophangen.
Ik hou van oervormen. De mens is zelf ook een kapstok waar van alles en nog wat aan wordt opgehangen. Het wonderlijke van dit mensbeeld is dat het allemaal in het luchtledige lijkt te hangen.
Mijn eerste fiets was een doortrapper zonder rem, ik wist van niets en reed weg, steeds sneller, het ging vanzelf. Onderweg merkte ik pas dat er geen rem was, door het zoeken naar de ontbrekende rem ramde ik een deur. Op een oerbeeld kun je niet fietsen. Ik wachtte op een fiets met rem. Zonder rem kun je niet hard rijden, zonder beperking geen vrij verkeer.
Aantreffelijk
Nadat Marcel Duchamp de ready made ‘uitvond’ was hij snel klaar met kunstwerken vinden.
Hij kon het werk uitbesteden aan willekeurig welk wezen dan ook dat na hem geboren werd. Met het ‘objet trouvé’ toverde Duchamp daadwerkelijk de kunstenaar weg.
Let wel; geen goochelact, maar pure tovenarij.
Opeens was er geen maker meer, er was hooguit een ‘aantreffen’…
Marcel had zichzelf opgeheven, dat was feitelijk zijn belangrijkste vondst.
Het ging om het pure idee. Wat is kunst anders dan aan een puur idee een lichaam te geven om in te wonen en te leven.
‘Gij idee, tot sterrenstof zijt gij, tot vaste stof zult gij wederkeren!’, dat zegt de kunstgod.
Musea zijn bevolkt met belichaamde ideeën die ons nieuw leven zouden moeten inblazen, inspireren. Buiten het museum kunnen we overal tegen ze aanlopen. Eigenlijk vraagt elk object aan ons: ‘Van welk idee ben ik de belichaming?’
Wij zijn allemaal aantreffers, we kunnen in elk object een levend idee aantreffen.
Duchamp was een begaafd schaker, eerst zette hij de kunstwereld schaakmat, daarna werd hij schaakgrootmeester. Bij Duchamp heeft het spel gewonnen.
Aflezen
Beste lezer, voor u begint te lezen…ach u bent al begonnen…wil ik zeggen dat dit
stukje alleen maar voor die ene lezer is bedoeld, andere lezers kunnen dit dus gerust ongelezen laten. Hoe weet u of u die ene lezer bent? Omdat u het bent, u bedoel ik dus en niemand anders.
Goed, over het volgende is bijna niet te schrijven en toch wil ik het proberen. Het laat zich hopelijk tussen de regels door lezen. Omdat het zo subtiel is nemen de meesten het niet eens waar, het ontgaat je makkelijk omdat je het niet kunt aanwijzen. Wie het niet ziet zal al snel de conclusie trekken dat het er dus gewoon niet is, het bestaat domweg niet. Hou gewoon nog even vol, het is ondoorbroken aanwezig daarom valt het niet op, onaanwijsbaar omdat het nergens niet is waar je ook bent. Let op, als deze woorden op zijn blijft het gewoon als wezen aanwezig. Sommigen zeggen dat het schittert door afwezigheid. Dat wezen is het leeswezen. Het leest hele belevingswerelden af die worden opgetuigd door de zintuigen.
Beschaving
Na een lange tocht te voet liepen we hier tegen een grens aan, misschien wel de grens… Dit was een gebied waar elk teken van menselijke beschaving ontbrak, geen wegen, geen pad, geen electriciteitspalen, geen bereik. Onze mobiele telefoons waren nagenoeg leeg. Zelfs de hemel boven het gebied leek nog onbevlogen. Geen reislustige sporen in het maagdelijk blauw.
Door ons heen en weer geloop leek er een pad te zijn ontstaan. We liepen hier feitelijk over de grenslijn heen en weer. Hier floreerde de natuur als een muur van ondoordringbaarheid. Van de gewassen aan de rand konden we wat vruchten plukken waarvan we niet wisten of ze giftig waren. Felgekleurde vogels zagen we de zaden eruit eten, het vruchtvlees lieten ze liggen.
We wisten heel goed dat er een weg terug was, terug naar de beschaving, die kenden we maar al te goed. Het was de beschaving zelf geweest die ons had verbannen. Met enig geluk waren we hier niet traceerbaar. Op goed geluk aten we van het vruchtvlees en vielen in een diepe vredige slaap, rustend in het besef dat we waren ontkomen. Voorlopig of voorgoed?
Rugkus
Lof der korstmos
Korstmossen zijn symbiontische liefdesverhoudingen.
Één partner, de zogenaamde mycobiont, is altijd een schimmel die samenleeft met de fycobiont, een blauwwier of en groenwier. De mycobiont kan geslachtsorganen ontwikkelen, maar ze kunnen zich ook aseksueel voortplanten dmv poeder.
De symbionten zijn zo sterk verweven met elkaar dat ze niet zonder elkaar kunnen overleven.
Ze groeien 0,1 milimeter per jaar. Hun liefde overstijgt de scheiding der soorten. Schimmels en wieren vormen een prachtig paar.
Korstmossen kunnen dingen die ik niet kan, maar mijn liefde voor hun liefde voel ik groeien, 0,1 milimeter elke seconde dat ik ze zie.
Hoe zou dat voelen voortplanten door middel van poeder?
Een poeder als moeder?




