Ford Europa

‘Rijdend door Holland zie ik rivieren van blik traag en braaf door oneindig laagland gaan’, zong ik opgetogen over ons nieuwe motorische vermogen.
We hebben een nieuwe oude auto. Een Ford Europa. Eerst reden we een aftandse Honda Mondeo. Die was goedkoper dan de gelikte Fiat Nirvana, vanwege wat onschadelijke indeukingen in het koetswerk.
We moesten trouwens wel, want onze sjoemeldiesel werd terecht verboden in onze vervuilde binnensteden. Onderweg naar Rommeldam bleken we opeens ‘persona non grata’. Later kregen we spijt want de Nirvana reed wel op gas. We konden wel laten ombouwen maar dan konden we beter een auto leasen. Achteraf goed dat we niet op gas rijden want Gronings gas zal peperduur worden. Liefst reden we electrisch, maar de Opel Popeye is helaas nog onbetaalbaar en niet tweedehands te krijgen.
De Ford Europa was onverkoopbaar, kanariegeel en qua vormgeving een verwarring van stijlen, alsof de ontwerper…(verzin zelf maar een metafoor)
Voor een appel en een ei kregen wij hem mee. We doopten hem meteen de ‘Kanarie’. Volgens mijn vrouw zien we er niet uit.

Gisteren vlogen we door de inktzwarte nacht naar huis.
Mijn vrouw merkte opeens op;
‘De kanarie in de kolenmijn, ken je dat begrip?’
‘Nee, vertel…hou me wakker, die wegsnellende streepjes hypnotiseren mij!’, zei ik.
‘In de mijnen namen de mijnwerkers altijd een kanarie mee!’
‘Wat om te zingen?’
‘Nee, om te sterven als er giftig gas in de mijnschachten hing, het tere beestje viel dan van zijn stokje, bij wijze van alarmmelding’
‘Wat een beeld zeg…stel je voor, een hele kanariehandel…als alarmsysteem!’
‘Ja, en een mijnwerkershelm die permanent in die ondergrondse hel naar dat zieltogende beestje zit te kijken!’

De Ford Europa liet een roodlampje gloeien ten teken dat hij dorst had. We stopten om te tanken.
‘In deze postmoderne tijd zouden ze gewoon een plastic kanarie op een stokje lijmen’, zei ik onder het tanken.
‘Precies, of gewoon onsterfelijke kanaries kweken!’.
‘Lieverd, je hebt diesel in de Kanarie gegooid!’ , merkte mijn vrouw droogjes op.

De pomphouder hielp ons om de maag van de kanarie leeg te pompen.

Bananendans


‘Waarom zou ik gaan stemmen?’ , zong een galmende stem door holle de bovenkamer.
‘Ik heb al genoeg van wat ik niet nodig heb’ ,zong een tweede stem, terwijl een derde stem inviel met;’Ik wens niets anders dan de som der delen’
Het klonk driestemmig als een fugaweefsel. Uit de hoeken van de bovenkamer traden
overrijpe bananen tevoorschijn, elk met een sonore alt. Te midden van de bovenkamer voerden ze een dansje uit. Alsof ze samen een trosje wilden gaan vormen. Het was op z ’n minst een curieus schouwspel voor een doordeweekse dag. Toen ze waren uitgedanst vroeg ik ze op wie zij zouden willen stemmen.
‘Wij stemmen niet voor onszelf, maar wij willen aan hen die geen stem hebben een stem geven’.
De tweede banaan nam het over; ‘Luister, wij fruitachtigen hebben al lang stemrecht, maar de fruitvliegjes…wie komt er voor hen op?’.
‘Precies,’ zei de derde banaan, ‘zij hebben ook recht op een volwaardig leven als wezen!’
‘Daarom’, ging de eerste banaan weer verder, ‘daarom stellen wij niet alleen onze stem aan hen beschikbaar, maar ook ons overrijpe lichaam schenken wij aan de fruitvlieg!’.
‘Hoe komen jullie zo opofferingsgezind…’, vroeg ik verwonderd, ‘zo empathies met wezens die baat hebben bij jullie bederf en ondergang?’
‘Het is uit dankbaarheid, meneer….wij hebben een prachtig leven gehad en nog steeds,’ ‘Wij leven indachtig de woorden van onze grote leider die ooit zei;
“Aan elke rotte appel zit wel een goed stukje, gun dat stukje aan anderen, dan is de wereld een paradijs!”

Plots was de hele bovenkamer weer leeg, de hoeken hadden zich weer gesloten.

Honda


Als kind hield ik al van vormgeving. De oude Volvo met haar hondekop en kattenrug was mijn favoriet, zo aaibaar. De Snoek, de Kever en de lelijke Eend met twee paardenkrachten vond ik ook prachtig. Opvallend veel automobielen heten naar dieren, de Jaguar, de Chevrolet Impala, de Panda, de Wesp (Vespa) en de Bij (Ape)… Ik wacht eigenlijk nog op de Landrover Bever en de Mercedes Mensch.

Anderzijds hou ik ook van mijn hond omdat hij een kop heeft als een oude Volvo.
Wie ooit in een Citroën DS heeft gereden weet hoe deze ‘Snoek’ door zijn hoeven kan zakken en kan opstijgen alsof hij zwevend over wolken rijdt ( denk aan de snoek die zweeft onder de waterspiegel) , onderwijl spint de motor als een tevreden poes.
Het ‘lelijke’ model 2CV rijdt waggelend als een eend en de VW-motor snort weer als een meikever.

Mijn hond, op zijn beurt houdt niet van onze auto. (het is inderdaad geen Honda)
Bij het zien van de auto wordt hij acuut depressief. Hij sleept zich onwillig en dodelijk vermoeid voort, verzint allerlei uitvluchten om niet de auto in de moeten. Soms loop ik onze auto voorbij en dan zie je hem plots weer vollopen met levenslust. Vief huppelt hij verder naar de eerstvolgende geurpaal om zijn communicatienetwerk te updaten.

Zijn we thuis, zit ik op de bank in een boek te neuzen, parkeert hij opeens met kracht zijn snuit tussen mijn knieën. Alsof iemand zijn fiets in het rek zet. Mijn aandacht is gewekt en hij zakt op de grond, voor een onderhoudsbeurt.
Ik ben zijn monteur. Voor verstuikingen, spierpijn, doornen en teken meldt hij zich bij. Ons huis is een hondengarage; “Au Petit Chien”.

Rokje


De emancipatie van de menselijke bovenlip zou zeer gebaat zijn met een kleine genetische aanpassing. Iedereen heeft recht op een snor, ook vrouwen en kinderen. De bovenlip is een onzeker lichaamsdeel dat wel enige aankleding kan gebruiken. Een rokje van haar kan die onzekerheid fraai maskeren.
Snorren zouden de samenleving ingrijpend kunnen verbeteren. Louter zelfverzekerde mensen zouden het straatbeeld onherstelbaar kunnen verfraaien, met een snor als ornament. Welbeschouwd kan de mensheid gezien worden als een overbodig ornament op de bovenlip van moeder natuur, louter voor de sier.

Pareidolia

Photo copyright Saar&Jelle Touw 2017

 

Fotografen zijn jagers. Ze schieten met hun oog op de voortvloeiende werkelijkheid.
Pas als de werkelijkheid als een verstijfd beeld voor ons ligt kunnen we haar goed bekijken en er iets in zien. In wolkenfirmaties kunnen we allerlei dingen zien of in gespiegelde inktvlekken zoals bij de Rorschachtest. Sommige fotografen zijn zo alert dat ze een voortsnellende zweetvlek weten vast te leggen.
Bovenstaande foto is gemaakt door Saar Touw, inderdaad familie van. Hoe zij werkt
weet ik niet, maar ik vermoed dat ze een beveiligingscamera heeft gehackt om deze foto te bemachtigen, tenminste dat dacht ik toen ik deze foto zag.
Het gaat om de zweetvlek op de rug van de hardloper. Saar zag er eerst een hondekop in,daarna een vrouw. Ze vond het zo mooi dat ze de renner achterna ging om de zweetvlek vast te leggen, alsdus haar vader Jelle. De renner wilde dat niet en begon te zeuren over privacy, daarna maakte Saar zich uit de voeten. De wegrennende vrouw schijnt dus Saar te zijn, vader Jelle bleef staan en schoot de foto, perfect koppel.
Bij nadere analyse in het lab leek de zweetvlek omgekeerd op een soort lijkwade van Turijn maar dan met de afdruk van een aliën, een soort E.T. In de psychologie wordt dit soort beeldprojectie pareidolia genoemd.
De Rorschachtest is in de ban gedaan door psychologen die zichzelf graag als wetenschappers willen zien. Ze ageren er heftig tegen met ;”Psychology is science,
not witchcraft!” Daarmee lijken ze te miskennen dat de hele psychologie één en al projectie is en identificatie met die projecties. Het zien van dingen die er niet zijn leidt tot de werkelijke realisatie van die dingen. Dat is de verbeelding waar iedere creatieve daad mee begint.