Double Dutch Design

Dit is geen auto-ongeluk, maar nieuw werk van Egon Malvinga van Buro Kaaldesign.
Egon heeft het begrip randomdesign gemunt door zich te focussen op het reproduceren
van unica, zij het wel op machinale wijze. Waar machines voorheen geacht werden exacte copieën te reproduceren laat Malvinga ieder object steeds iets anders vormgeven. Dit vergt uiteraard een revolutionaire aanpassing van de software.
‘Maar ja, al het harde is soft!’ ,quote de jongehondachtige ontwerper.
‘Filosofisch en ook wel praktisch wil Kaaldesign de rationele rastermentaliteit doorbreken’.
“De werkelijkheid is irrationeel, lukraak, juist het onvoorziene aspect maakt de ontwerp levend, open voor evolutie!” ,aldus de begeesterde ontwerper met zijn enorme warrige haardos.
Verbijsterd over dit creatieve precisieborbardement blader ik door de ‘Kaal-collectie’.

“Ook authenticiteit is reproduceerbaar, al het zelfde kan ook allemaal anders!”,
staat er op de flaptekst van de nieuwe collectiebrochure.
Elk exemplaar is weer anders gesneden, schuin, scheef, rond. Wat een concept!

Bewust vergissen

‘Ja, hallo, ik ben het, met mij!’
‘Wie………….!’

Ik bel drie keer per week een anoniem nummer, zomaar…
Een soort dialogisch zwerven.
Het lijkt significant hoe weinig mensen opnemen, maar soms lukt het om iemand te spreken.

‘Ik wil niks kopen..!’
‘Nee, ik verkoop ook niets’
‘Ik ga ook niet van provider veranderen, hoor!’
‘Wees niet bang, ik ben geen telemarketeer!’
‘Wat wilt u dan van mij…energie…een rookmelder aansmeren?’
‘Ik wil niets van u, ik wil u even gewoon even spreken’
‘Zeker voor een enquête of is het dat proefabonnement?’
‘Nee hoor, zomaar even contact maken..’
‘Waarom dan, bent u eenzaam of zo…een ” Lone Woolf?”
‘Nee ik ben niet eenzaam, maar ik spreek wel opvallend veel mensen die geen antwoord willen geven.’
‘Dus u belt zomaar in het wilde weg een onbekend nummer!’
‘Inderdaad, dat is juist’
‘Weet u wel dat dat strafbaar is, mijn nummer is niet voor niets anoniem’
‘Lukraak bellen is legaal en vergissen is menselijk ook als je je bewust vergist’
‘Goedemiddag, wilt u mij nooit meer bellen?’
‘Ja hoor, dat wil ik wel proberen, fijne dag nog!’
‘…..Toch bedankt dat u mij niets wilde verkopen!’

Vers van het Veld

De dingen denken.

Je kunt ze zien denken.

Ze denken in schaduwen.

Waar de dingen zich aan het licht blootgeven

verschijnt reflectie als schijngestalte.

Glas denkt veel lichter dan ondoorzichtige dingen,

glas denkt voorzichtiger, hun transparante gedachten

geven soms zelfs licht, als huidige herinneringen.

‘De Verbeelding’ in Hantum


Stelt u zich voor:

Kunst van echt gras, geen kunstgras.

Pas geoogst gras hangt aan melkwitte wanden,

in het museum hangt een geur van pasgemaaid gras,

geleidelijk verdroogt het gras en verkleurt in allerlei kleuren,

het ruikt er naar geurig zomers hooi,

koeien worden het museum binnen gelaten,

ze eten vredig de kunst van de wanden,

bezoekers kunnen de melk van de koeien drinken,

ze drinken gesublimeerde kunst,

alle kleuren transformeren tot wit,

in de museumwinkel is de verse koeienmest met graszaad te koop,

kunstmest voor de ziel…

De kunstenaar is Jelle Touw, inderdaad de zoon van.

 

Ga het zelf zien in Hantum, de expositie ‘Grazen’,

tot het najaar te zien, te ruiken en te proeven in Museum

‘De Verbeelding’

Photo: Jelle Touw senior © 2017

Steen

Er is geen sterven meer na de dood.

Wel poogt de ziel om samen te stromen
in dit meer van de som der delen.

Er bestaat geen meervoud van ziel.
De ziel niet opgedeeld maar één.

En liefde dan?

Liefde is van steen,
ze regeert over het graf heen
en toont zich aanhankelijk.

Knijpers

Het damasten tafellaken van oma hangt argeloos aan wasknijpers de zon tegen te houden, haar eerste keer, ze heeft nog geen ervaring als gordijn.
Het felle ochtendzonlicht kijkt met dunne lichtstraaltjes door de brandplekken van opa’s sigaartjes.
Het kale peertje uit het plafond aarzelt om aan te gaan of niet…of wel…
Een elektrische zindering resoneert in de lichtschakelaar, als een gevangen insect. Buiten knarst een tram de bocht om richting remise. Als de tram leeg is rijden ze als gekken naar de stal, als uitgehongerde dieren van staal.
De matras ligt nu nog op de vloer, een echt bed zal misschien later komen of nooit meer.
Het ligt heerlijk hier midden in de kamer tussen alle onuitgepakte dozen en zakken.
Last van rommel of ongeregelde zaken heeft hij niet meer sinds hij alles uit zijn handen liet vallen. De dingen vielen precies op hun plek, als blaadjes in een herfstbos. Een rustgevende aanblik. Ze hadden hem verstoten, god zij dank. Stomverbaasd waren ze geweest. Hij die altijd zo punctueel, pro-actief, efficiënt was geweest. Was het een doelgerichte actie geweest? Nee, hij kon gewoon niets anders meer dan loslaten.
Zou hij voortaan archivaris zijn van het toeval, het perfecte toeval?
Nee, zelfs dat niet.
Sinds hij niets meer probeerde te veranderen aan de loop der dingen was de dagelijkse worsteling vanzelf opgelost.
Het argeloze gordijn schuift open, knijpers vallen op de grond. Het kan net zo goed open blijven op deze hoogste verdieping. Uitzicht over de daken van een vreemde stad. Geen inkijk.

Goeroekoe


Photo:copyright Jelle Touw 2017

Koeien hebben iets evidents, iet voldongen feiterigs.
Ze zijn altijd onmiskenbaar waar ze zijn, precies daar waar ze zijn.
Daar doen ze geen enkele moeite voor, het gaat ze makkelijk af.
Zo vanzelfsprekend zwijgen doet niemand ze na.
Ze kijken open, nieuwsgierig de wereld in.
Ze weten niet wat ze zien, ze hebben er geen woorden voor.
Ze zijn dat ze zien. Dat ze zien.
Mensen proberen natuurlijk te zijn of gewoon zichzelf te zijn.
Vaak slagen daar slecht in. Waarschijnlijk omdat ze te veel doen.
Ze doen therapie, cursussen, meditatie…om hun hoofd los te laten.
Ze verwarren ‘het zijn’ met taalverhalen en zelfbeelden.
Waar een koe samenvalt met het gebied daar worstelt de mens met het gebied
omdat hij het gebied wil aanpassen aan zijn denkbeeldige kaart.
Het beste wat een mens kan overkomen is dat hij volkomen van de kaart raakt.

De koe is de goeroe van het gebied, een heilig dier.

Het Vrije Volk

Byna was ek Suid-Afrikaander gewees of was ek nooit nie gebore nie.
In ’51 overwogen mijn ouders serieus om naar Zuid-Afrika te emigreren.
Na informatieavonden over het beloofde land wist mijn vader
dat hij niet in het apartheidssysteem zou kunnen leven. Het avontuur werd afgeblazen.
In plaats van naar Kaapstad verhuisden we van de Amsterdamse Indische buurt naar Hoogvliet onder de stinkende rook van Rotterdam, het slaapstadje van de Shellraffinaderijen.
Toen mijn vader solliciteerde bij de Shell vroegen ze van welke gezindheid hij was, hij mocht kiezen; rooms-katholiek, gereformeerd, hervormd?
‘Ik ben niets!’ ,verklaarde mijn vader vrijmoedig.
‘Welke krant lees je dan?’
‘Het Vrije Volk’ , antwoordde hij eerlijk.
‘Dan kun je vertrekken, jouw soort kunnen we hier niet gebruiken!’ was het oordeel.
Op vrij volk zat de Shell niet te wachten. Ze hadden natuurlijk gelijk, vrij volk is onbruikbaar. Dat gaat maar staken en voor rechten opkomen, voor hoger loon.
En eerlijk gezegd kom je natuurlijk niet verder met eerlijk zijn in een wereld die op
andere intenties drijft.
Ons ‘Nietszijn’ maakte ons tot buitenstaanders in Hoogvliet, een ander soort apartheid. Wij ongelovigen hadden een zwarte ziel.
Ik mocht bij sommige vriendjes zelfs de drempel niet over.
De zondagen waren dodelijk saai, buurtkinderen mochten dan niet buitenspelen.
Vanuit ons doorzonraam zagen wij onze gelovige buurtgenoten allemaal devoot naar de ‘Vaste Burchtkerk’ schrijden. Verder bleef de straat uitgestorven.
Mijn vader rookte een pantersigaartje zei dan soms, uit het raam starend:
‘Kijk daar gaat weer zo’n ‘Stalen Jezus!’.
Soms zong hij er met zijn kopstem quasi-Gregoriaans bij:
‘Ik heb liever veel dan een klein beetje…..Wij ook!…’
Mijn vader speelde priester in zijn eigen socialistische kerkdienst.
Meest opvallend aan hem was dat hij genoeg had aan genoeg en daarvan nog uitdeelde.
Zelf bezat hij niets, overeenkomstig zijn wezen.