Wessel B.

Wessel B. werd onlangs vrijgesproken van plagiaat, B werd bekend als de ‘Photofotograaf’. De rechter oordeelde uiteindelijk dat een foto nemen van een andere foto gewoon weer een nieuwe foto was. Doorslaggevend in dit vonnis was dat de Photofotograaf zijn foto altijd iets aanpaste. De belichting, scherpte, kleurintensiteit en het formaat.
Het werd op een gegeven moment verdacht dat B. Foto’s van lokaties verspreid over de hele aardbol aanbood, waar hij onmogelijk tegelijk geweest kon zijn.
‘Hij reist wat af!’, klonk steeds vaker op de redacties.
Tot er een reportage moest verschijnen waarin hij tegelijkertijd in Patagonië, Lapland, China en Australië zou zijn geweest. Op de foto’s waren gewoon de afdruktijden af te lezen.
Toen B. zich van geen kwaad bewust op het matje werd geroepen verklaarde hij nooit te hebben beweerd dat hij zijn huiskamer ooit had verlaten om zijn ‘wereldfoto’s’ te kunnen maken.
‘Ik maakte ze altijd vanachter mijn computerscherm of rechtstreeks van het televisiescherm, met een kopje koffie erbij!’
De redacteuren waren verbijsterd; ‘Je weet toch dat je dan plagiaat pleegt?’
De Photofotograaf bleef doodkalm en zei; ‘Ik heb de matige beelden alleen maar geoptimaliseerd….soms door gewoon overbodig materiaal weg te snijden…door de compositie uit balans te brengen zodat het weer interessant werd om naar te kijken!’

‘Vergelijk mij met de redacteur van Carver, de grote schrijver van het kleine!’
‘Zijn redacteur schrapte naar schatting de helft van zijn manuscripten, waardoor er nog iets te raden overbleef voor de lezer!’
‘Feitelijk is hij de grote vormgever die Carver tot Carver heeft gemaakt!’

‘Dus de gedupeerden mogen je eigenlijk dankbaar zijn, dat je hun matige werk aan de vergetelheid ontrukt?!’
De redacteuren keken elkaar hoofdschuddend aan en konden tot hun spijt niets anders doen dan hun topfotograaf Wessel B. aangeven.
Anders zouden zij zelf miljoenenclaims kunnen verwachten als medeplichtigen.

Gevreesd wordt dat Wessel B. school gaat maken na deze gerechtelijke uitspraak.

2 X

Twee keer schept vorm.
De eerste keer lijkt het nog nergens op.
De tweede keer lijkt op de eerste, ze bevestigt de eerste.

De eerste keer is het magische scheppingsmoment
van een lukrake impuls, een nog doelloze poging.
Herhaling maakt vorm, bestaansvorm.

De tweede keer maakt dat de eerste keer de bedoeling lijkt.
Het geheugen maakt die herkenning mogelijk en schept ook
de verwachting en de verheuging op de derde keer.

De derde keer is het vieren van de vorm.
Nu is het de kunst om deze vorm bewust te vergeten.
Door het vastleggen van de vorm kun je het loslaten.

Ruimte voor een nieuwe poging…

Photo:Jelle Touw © 2017

Oorogen

Onder de bezielende leiding van Lasse Malstrøm werd in 2070 de eerste serieuze sciencefiction-band ‘The Void’ opgericht. Er waren natuurlijk wel al
bands als Ufocrash en Boring-Alien geweest die zich op de toekomstmuziek hadden gestort, maar die muziek was kinderspel vergeleken bij het werk van The Void.
‘The Void’ begon meteen zeer revolutionair in de zin dat zij niet alleen intergalactische muziek maakten maar hun concerten ook de ruimte in wilden sturen. Hun eerste album ‘Alien Nation’ was niet meteen een succes.
Ze wilden de muziek direct richten aan een mogelijk buitenaards publiek. Deze compromisloze aanpak stuitte uiteraard op fundamentele problemen.
Zoals bekend klinkt er buiten de dampkring geen muziek, er is daar geen namelijk lucht, geen medium waarin klank zich kan voortplanten.
Hoe kon The Void hun muziek dan toch de ruimte in sturen?
De enige optie bleek om de muziek te transponeren naar het lichtspectrum, daarvoor verhoogden ze de frequenties tot zichtbaar en onzichtbaar licht.
Malstrøm was ervan overtuigd dat het enige wat ons scheidt van buitenaards leven snelheid is, de lichtsnelheid zou die scheiding overbruggen. Gemakshalve ging Lasse er vanuit dat buitenaardsen muziek dus met hun ogen konden beluisteren. In plaats van gigantische geluidsboxen stond er een batterij aan laserkanonnen opgesteld in de Nevadawoestijn. Het concert kon beginnen met Lichtmuziek.
Een revolutionair concept, oorogen.
‘Het is vergelijkbaar met hoe wij de sterren zien’ licht Lasse toe, ‘sterren die soms al decennia lang uitgedoofd zijn zien wij moeiteloos nu….Wellicht zien wij wel de lichtmuziek van buitenaardse beschavingen aan de sterrenhemel schitteren….Wanneer wij zien als horen gaan zien zou er een wereld van visuele muziek voor ons open gaan!’

Op kritische vragen naar de zin van het hele project reageert Malstrøm laconiek;
‘Ik zie de sterrenhemel als een enthousiaste reactie op het werk van The Void, wij voelen ons zeer erkend door het buitenaardse’.

Malstrøm met zijn twee bandleden.

Craquelé

Je gelaat is gaaf verweerd en zo gelaten,
huid uit hout en pigmenten opgebouwd.

Is het de ziel van een boom die ziet
dat je ziet? ,ja ook bomen hebben ogen.

Een gaaf gelaat zo vol van nerven,
jaarringen in het hout.

Je verfhuid opent met fijne barsten,
je opent mij…stil…zacht

in dit ogenblik op oneindig
ziet dit ver gezicht zo dichtbij

het mij in jou, het jou in mij.

Uitwendig skelet

{CAPTION}

Zijn moeder veranderde langzaam in een vlieg. Ze had het zelf niet in de gaten en hij durfde het niet te zeggen. Eerst was ze nog klein, timide en bescheiden.
Het begon ermee dat ze hem stoorde in zijn spel door luidruchtig te gonzen en te doen alsof ze gevangen zat in het hoekje bij het raam, achter het gordijn. Hij moest haar helpen zich te bevrijden van die benauwenis. Een goede zoon deed dat gewoon. Het schilferachtige gegons gaf jeuk onder zijn hersenpan. Daar waar je niet kon krabben.
Na zijn liefdevolle interventie vloog ze vrij rond en kwam dankbaar irritant op zijn arm zitten. Hij bekeek haar terwijl ze haar voorpootjes waste en schudde haar af.
Gepikeerd keek ze hem dan aan; ‘ik waste toch alleen maar dankbaar mijn pootjes?’
Even later kroop ze opzichtig op het papier waar hij iets probeerde te schrijven voor zichzelf. Het ging niemand wat aan wat hij daar schreef en zeker niet zijn gevleugelde moeder. Ze leek zelf wel een warrig inktvlekje op het witte papier.
Ze liep letterlijk tussen zijn geheimen door te snuffelen.
Plots klapte hij het schrift impulsief dicht. Ze ontsnapte glorieus en ging pesterig op het randje van de lampenkap zitten.
Geleidelijk aan groeide moeder uit tot monsterlijke proporties.
Hij kon nu helemaal niet meer om haar heen. Overal in het ouderlijk huis liep hij haar tegen het zwarte glimmende lijf.
Ze werd te zwaar om nog zelf te kunnen vliegen, zodat hij haar moest gaan voeden. Haar aandachteisende gegons werd nu echt ondraaglijk.

Midden in de nacht besloot hij zijn geboortehuis te ontvluchten. Zonder iets mee te nemen sloop hij muisstil de trap af. Afscheid nemen zou te gevaarlijk zijn, nooit zou ze hem laten gaan.
Weg moest hij. Geluidloos daalde hij de trap af…opende de buitendeur waar de nacht hem opwachtte.
Blindelings liep hij de duisternis in.
De vlucht was een thuiskomen.
Alleen de herinnering aan zijn moeder vervloog niet, die schilferde soms nog na in zijn brein, gepaard aan een vaag gevoel te worden bekeken vanaf het plafond.

Wellicht dat de nacht daarom zo veilig voelde?