Slaapvertrekken

Wie slaapt vertrekt.
De vraag is alleen; in welke richting?
Als ik mensen daarnaar vraag krijg ik de meest uiteenlopende antwoorden.
De meesten slapen rechtuit met hun hoofd naar voren, alsof ze een snelweg afleggen.
Ook zijn er die rechtuit slapen maar telkens afslagen nemen, links, rechts.
Er zijn er zelfs die rotondes ‘nemen’, en dan rondjes blijven slapen.
Een zeer uitzonderlijk geval sliep op een rotonde in de verkeerde slaaprchting, linksdraaiend, onderhavige respondent was overigens geen Brit.
Maar dit is nog maar het begin, zo zijn er slapers die achteruit slapen als in een vrije val ruggelings naar beneden.
Of recht omhoog als in een lift, de laatsten doen verslag van een razendsnelle hemelvaart rechtstreeks naar de allerhoogste verdieping.
De schuinslapers slapen daarentegen als zeilbootjes die tegen de wind in oploeven, even over stuurboord, dan weer over bakboord.
Zijslapers raken in een slaapdronken toestand hun onderscheid van links en rechts kwijt, het is alsof ze nog maar één zij hebben. Beide zijden voelen samengesmolten tot één zijde, wat tot paniek kan leiden.
Doolhofslapers beslapen een driedimensionaal labyrint van slaapgangen. Ze worden vaak uitgeput wakker van de eindeloze claustrofobische tocht van omlaag, rechtsaf, omhoog, linksaf en dan weer dezelfde kruipgang achteruit terugslapen omdat de gang doodloopt…

Ik verbaas mij over al die slaaprichtingen omdat ik zelf nogal naar binnen toe slaap.
Of het een richting weet ik niet eens,
het is meer een ineenstorting.
Implosief stort ik in tot een lege kern.
Als ik na de slaapreis weer aanwakker moet ik mijzelf weer van de grond af opbouwen.

‘De slaap is een mysterieus continent dat massaal toerisme trekt, ondanks het feit dat het er niet erg zonnig is’ F.Wildesheim

Voetjes

Ach ja, ik kan het me zo voorstellen hè, dat je een kiezelig steentje bent of een slaperig klaproosblaadje, een afgebladderde lantaarnpaal, een schapenstaartje of plakje ontbijtkoek…een aangebrande ovenwant, een moestuintje, misschien wel een hol gaatje in een Emmenthaler kaas of een knoest in een houtig plankje…waarom eigenlijk ook niet?
De nog-niet-dingen van de verbeelding staren ons aan, alsof ze iets van ons willen…of ze iets verwachten?

Een knalrode lantaarnpaal van klaproosblaadjes die kiezelsteenlicht geeft aan een knoestig schapenstaartje in de moestuin, terwijl de ontbijtkoekoek van het holle gaatje snoept dat zich in de ovenwant verstopt heeft?

Ze schijnen in een staat van verwachting, hun blik vraagt ons:
‘Mag ik blijven? Wil je mij waarmaken, geef je mij leven in een letterlijk lichaam?’
Bezie en beziel mij!

Je kunt alles zijn dankzij het ‘feit’ dat je zelf niks bent, niks specifieks.
Verbeelding staat voor niks, omdat het nog niks is natuurlijk. Het kan nog van alles worden.
De bodem van de verbeelding is bekleed met
hoogpolige verwondering die kietelt aan je geestvoetjes, heel geestig, de muren zijn van zomerbries en het dak van stilte.

‘Verbeelding is een denkbeeldige jeuk, niets dan voortdurend goddelijk gevonk, je wilde natuur die iets wil’ F.Wildesheim

Wat mot je

‘Wat mot je’, vroeg de zijderupskleermaker aan de grauwgrijze nachtvlinder.
‘Een baljurkje voor het midzomernachtfeest’,
luidde het timide verzoek.
‘Een lange witte japon graag, van witte rupszijde, versierd met fluweelzwarte strikjes’…
‘Komt in orde, jongedame!’
En nu wachten op volle maan.
In het vollemaanslicht is het mottenbal.
De maanschijf dient als zwevende dansvloer. Op het zachtgroene mos oefent het krekelorkest al maanden walsjes en paringsdansjes onder leiding van de oude Duitse dirigent herr Maikäfer.
Je bent verliefd op de vuurvlieg. Al heb je ook een oogje op AardHommel die zo warm contrabas speelt in het krekelorkest.
Het hele feest dreigt even niet door te gaan vanwege de zomerse warme motregen.
Duizenden motjes dalen neer in het licht,
gehuld in oogverblindende japonnetjes.

Stroom

Photo:© Jelle Touw 2017

Sommigen kijken door een roze bril,
voor hen staat de wereld er gekleurd op.
Anderen kijken tussen de tralies door
en zien de wereld verdeeld in hokjes.

Weinigen spreken vrijuit en onbevangen
over wat vrijwel niet in taal te vatten valt.
Velen praten door een muilkorf en
houden zich aan publieke opinies.

Het pantserraam is een invitatie, daarachter
valt veel te halen en te verdedigen.
Een open deur zegt, hier is niets
het stelen waard, haal het liever gratis af.

Aanval zou de beste verdediging zijn…
maar is weggeven niet beter?
Wie het spel kan spelen en kan laten winnen
is stroomwinner, onder naamloze vlag.

Ik geef bij deze alle dingen weg
aan wie dan ook, in ruil voor de ruimte…
of nee laat de ruimte ook maar.
Laat mij ruimte zijn.

Luchtpost

Er verschijnt een brief.
Met een heldere boodschap.
Een onbeschreven blad.
De afzender heeft een stuk hemel uitgesneden
en wil haar kennelijk niet vouwen om in een envelop te versturen.
Een wonder dat het ongeadresseerde toch
aankomt bij de ontvanger.
Dat het binnen komt, deze brief
waar al het onzegbare in staat.
Onverklaarbaar.

Zitzinnen

Wat zit je nou te….. ?

Ik wil weten hoe het in elkaar zit.

Waar zit je dan over in?

Nee, het zit wel goed…

Hoezo, zit het dan in de weg?

Ach, laat maar zitten, het….

Nee, zeg op, waar zit het hem in?

Zit je wel goed in je vel?

Ik zie het nog wel zitten, maar iets zit me niet lekker!

Wat voor iets zit er dan in de weg?

Zit me niet zo op m’n nek!

Ach, ik zit alleen maar te vissen naar….

Nou, het zit aan de ene kant wel lekker, maar iets zit me dwars.

Bedoel je bezit?

Ja bezit, misschien is dat het?

Ah, daar zit hem de kruks!

Ik bedoel, bezit stoelt toch nergens op?

Zit je me voor de gek te houden?

Nee hoor, het zit wel snor.

Zit niet zo argwanend te kijken.

Dat zit nou eenmaal in m’n aard.

Bezit is een lui achterwerk, volgens mijn grootvader.

Soeperen


Photo: © Jelle Touw 2017

Ober, mijn soep lijkt wel geschift…!

Dat is ook de bedoeling meneer, smakelijk eten!

Hoe bedoelt u, smakelijk?

De schifting is geheel volgens het recept.

Maar het smaakt zo apart…ik bedoel dit is toch niet te eten!

Dat klopt, deze twee ingrediënten stoten elkaar zo af dat u de smaken apart van elkaar kunt proeven. In het nieuwe koken draait het niet om het eten, maar om het proeven!

Jajaja…maar dit is toch geen combinatie, bitterzoet met zuurzout…?

Inderdaad, tot nu toe was dat geen combinatie omdat schiften niet onder de toegestane bereidingswijzen viel, regelgeving.

En nu mag het dus wel, van Europa?

Ons hele kookconcept is op schiften gebaseerd, waar voorheen smaken werden vermengd houden we ze nu zorgvuldig apart, het vereist wel een gedegen kennis van stoffen met afstotende eigenschappen.

Ach, vandaar dat het complete periodieke systeem hier aan de muur hangt!

Inderdaad, u krijgt meer smaken voor uw dure geld, elk chemisch element heeft haar eigen smaak. Wij verkopen geen maaltijden, maar wij verschaffen smaakervaringen.

Wel een aparte benadering, bijna scheikundig.

Absoluut, wat u zegt, scheikundig….’ons nieuwe kookconcept’ is afstoten om wille van de meeste aparte smaken.

En de klant mag proefkonijn zijn?

Die vergelijking gaat enigszins mank, meneer…proefkonijnen eten gratis.

Haar verf

Mijn moeder leek op de kopzijde van de oude guldenmunt; Koningin Juliana. Als twee druppels water leek de koningin op mijn moeder. Kennelijk was de oude vorstin een rolmodel voor vele naoorlogse vrouwen.
Hetzelfde permanentje en vlinderbrilmontuur. Wekelijks zaten alle ‘moeders des vaderlands’ volgeprikt met krulspelden onder de haardroogkappen die ik als ruimtevaarthelm gebruikte.
Het speelde in de dagen rond de eerste maanlanding. Mijn ouders zag ik graag als buitenaardsen, als infiltranten die mijn planeet dreigden over te nemen.
Toen mijn moeders haar begon te grijzen kon ze haar haar terugverven in haar natuurlijke haarkleur, aldus beloofde de enthousiaste verpakking. Dat ging meestal goed, al viel de kleur altijd anders uit.
Op een keer probeerde ze een nieuw merk met een ander en veel beter chemisch bestanddeel.
Uit school trof ik moeder aan met een vuurrood gezicht boven het granito aanrecht van Bruynzeel. De bovenkant van haar hoofd was bizar opgezwollen en deed zeer. Ze had het al drie keer met ijskoud bluswater uitgespoeld maar het nieuwe merk bleef doorbranden. Onze huisdokter kon niets doen.
‘Het zal wel zakken’…had hij gezegd…en dat deed het.
Als een zwemband van vocht zakte de zwelling tergend traag. Moeder zag er die avond uit als een Neanderthaler. De volgende dag leek haar hoofd op een peer, daarna kreeg ze een hals als een hamster die net had gehamsterd. Je zag het dagelijks zakken. Een Michelinmannetje met één band. Als laatste beproeving werden haar voeten zo dik dat ze geen schoenen meer aan kon.
De arme ziel kon zich een week niet op straat vertonen.
Mooi worden bleek een pijnlijke en gevaarlijke zaak.
De schrik zat er goed in. De giftige verf bleef evenwel goed zitten.
Na deze vergiftiging ging ze voorzichtig terug naar haar oude haarverfmerk. Zo voorzichtig dat ze een te kleine dosering nam en het resultaat bleekjes afstak bij het effectieve gifmerk.
Onderwijl bereisde ik onder mijn haardroogruimtehelm sterrenstelsels. Ik wist wel betere planeten te fantaseren dan deze.
Planeten met creaturen zonder hoofd, zonder haar erop dat grijs kon worden, gewoon gifgroen, kaal van top tot teen, ideaal.
Murmelend in de stofzuigerslang die tevens dient deed als laserkanon gaf ik mijn ouders boodschappen;
‘Hallo..hier..Aarde!…hebben..wij..contact?’