Vreemde Valuta

Op de laatste dag van mijn reis wilde ik Wombazi bedanken voor zijn flegmatieke inzet als gids.
‘Beste Wom, hoe kan ik je het beste danken voor deze rondleiding, ik zal je er graag voor betalen’.
Wombazi keek verrast en zei:
‘Nergens voor nodig hoor, het is een genoegen om ons land te delen…met wie dan ook’.
‘Maar laat me dan tenminste je onkosten vergoeden?’, drong ik aan.
‘Onkosten?’
‘Ja, wat is jullie munteenheid…waar betalen jullie mee?’.

‘Wij uiten ons genoegen in Ombara’, zei mijn gids.
‘Bedoel je in schaduwen, zoals de god Ombara?’
‘Natuurlijk, God als betaalmiddel, Ombara maakt alles geldig!’, riep Wombazi opgetogen.
‘Maar hoe weet je dan of het wel echte Ombara is’.
‘Dat controleer je door de schaduw tegen het licht te houden…
als de schaduw daarin verdwijnt dan is het harde valuta!’ , zei Wombazi streng.
‘Hoe werkt jullie economie dan?’.
‘We hebben een schaduwboekhouding, ’s nachts wordt alles verrekend!’, verklaarde Wom luchtig.
‘Zwart geld?’ , vroeg ik fluisterend.

Wombazi keek nu heel vreemd uit zijn drie ogen en begon onbedaarlijk te hinniken,
het was zo aanstekelijk dat wij ons tot tranen toe slap lachten.
‘Malle mensachtige toch…’ , begon Wombazi, ‘iedereen die zijn schaduw meeneemt naar Biroestan is van harte welkom…Ombara is gratis en onbetaalbaar!’
‘Ik hoop je gauw weer te zien Wombazi, ik mis je nu al!’ , zei ik.
‘Weet Biroe-Bor, je bent voor altijd Biroeaan, je hoeft alleen je ogen maar te sluiten en je bent weer thuis in Petoivilmoen!’

Terug in de menswereld opende ik mijn oogleden…ik zag mijn ooit zo vertrouwde wereld nu met heel andere ogen.
Het vreemde was mij vertrouwd geworden en het bekende kwam mij nu voor als bijzonder vreemd.

Provincie Niet

‘Is Petoivilmoen eigenlijk de enige provincie van Biroestan’, vroeg ik aan Wom.
‘Nee, er zijn rond Petoivilmoen heel veel mogelijke provincies, eigenlijk te veel om op te noemen…eerlijk gezegd hebben ze nog geen naam.’
‘Waarom geen naam?’
‘Kijk, die mogelijke provincies hebben nog geen kenmerken, geen eigenschappen’
‘Ze zijn alleen nog maar mogelijk…’ zei Wom op raadselachtige toon.
‘Kunnen we die ook bezoeken?’
‘Nou, dat kan, maar het is zo’n groot gebiedsdeel van ons continent, dat Petoivilmoen er welbeschouwd bij in het niet valt…’,legde Mombazi uit, ‘je moet dus kiezen welk deel je wilt bezoeken’
‘Hoe noemen jullie dat gebiedsdeel dan?’
‘Nou….we noemen het dus niet!’
‘Niet?’
‘Ja, uit respect voor alle mogelijkheden noemen wij het niet, elke andere naam zou die mogelijkheden beperken’
‘Zou je het ook nooit kunnen noemen?’, stelde ik mij voor.
‘Nee, dat zou nooit kunnen, dat zou de mogelijkheid van ‘wellicht ooit’ uitsluiten’
‘Goed, Niet dus…wanneer kun je mij de provincie ‘Niet’ laten zien?’
‘Altijd…Biroe-Bor wanneer je maar wilt…de grens naar ‘Niet’ ligt onder je voeten!’
Ik keek naar de holle bodem.
‘Je moet heel oppervlakkig graven om aan de andere kant van de grens te komen’, zei Wombazi…maar onder ons gezegd en gezwegen….er is daar onder bar weinig te zien!’
Je bedoelt dat er meer niet is dan wel?’
‘ Dat heb je mooi gezegd!’
‘Nou, laat het dan maar…dan houd ik het wel bij Petoivilmoen!’ ‘
‘Ja, dat zou ik ook doen…Petoivilmoen is onvergelijkelijk!’ ,verzuchtte Wombazi met zijn drie ogen gesloten.

Staartje

Wat mij het meeste trof in mijn ontmoetingen met Biroeanen was hun oneven aantal armen, oren, benen, ogen…ik dorst er niet naar te vragen omdat ik niemand in verlegenheid wilde brengen.
Gelukkig is Wombazi alles behalve verlegen, dus ik waagde het erop:
‘Wombazi, als ik vragen mag….hoe kom jij aan dat derde oog en vier oren, komt dat vaker voor in jouw familie?’
‘Nee Biroe-Bor, de meesten hier hebben meer dan twee ogen of meer neuzen’
‘Hoe kan dat?’
‘Biroenezen hebben een snelle evolutie, als wij bijvoorbeeld iets niet goed zien dan groeit er meteen een oogje bij!’
‘Gaat dat vanzelf?’
‘Ja, onze biologie past zich spontaan aan wat de omgeving van ons eist!’
‘Wat eist de omgeving dan?’
‘Omgeving eist om gezien te worden en gehoord, gevoeld…ze eist erkenning!’, legde Wombazi uit.
‘Dus als je niet goed luistert krijg je vanzelf extra oren?’, vroeg ik ongelovig.
‘Precies en als je helemaal niet luistert dan wordt je één en al oor’
‘Dat lijkt wel een straf?’
‘Welnee Biroe-Bor, het is een uitnodiging…wat is er nu mooier dan goed kunnen luisteren, je belevingswereld groeit!’
‘Het is jaloersmakend moet ik bekennen, zintuigen die zomaar bijgroeien’
‘Maar’, waarschuwde Wombazi, ‘er zijn ook Biroenezen die geen ogen meer hebben,
die hebben alles al gezien, hun ogen vallen eraf, alleen hun geestesoog blijft over!’
‘Jullie zijn wel een wonderlijk volk, Wombazi..’
‘Zou kunnen, maar we weten het zelf niet, voor ons is evolutie heel gewoon!’ , grinnikte Wombazi terwijl hij met zijn staart kwispelde.
‘Hoe kom je trouwens aan die staart, is die ook zomaar spontaan aangegroeid?’
‘Ja, hoe raad je het?… telkens als ik bij mijn boomvrouw in de buurt kwam voelde ik iets waar ik geen uitdrukking aan kon geven…drie dagen later verscheen dit staartje onder aan mijn rug’,