Fooibriefje

‘Stilles bescheidener leben gibt
meer glück als erfolgreiches streben
verbunden mit beständiger Unruhe’

Albert Einstein, november 1922. Tokyo

Dit briefje dat Einstein als fooi aan een Japanse ober gaf bracht onlangs meer dan 1 miljoen euro op, waarom eigenlijk?
Omdat het onbedoeld een betekenisvolle voetnoot bij de geschiedenis is?
De verwoestende geschiedenis van Hiroshima?
Omdat het iets zegt over het streven naar succes en bereiken van geluk?
Leest het nu als waarschuwing: pas op met datgene waarmee je succes wilt bereiken?
Inmiddels zijn er mensen die uiterst succesvol zijn met
‘beroemd zijn vanwege grote bekendheid’.

Wie koopt zo’n briefje, voor dat bedrag en met welk doel?
Een gelukzoekende miljonair?

Zonder pauze

Zintuigen zouden de instrumenten zijn die deze symfonie van de belevingswereld opvoeren, dit alomvattende gesammtkunstwerk. Alles maakt onherroepelijk deel uit van dit ‘meesterwerk zonder meester’…zonder partituur…zonder dirigent die de maat van ons hart slaat.
Geen partituur, dus geen componist.
Dat zou betekenen dat het belevingslichaam dit wereldstuk hier ter plekke genereert… en dat het bewustzijn het ene en enige aanwezige publiek is.
Dit zou betekenen dat leven een onafgebroken improvisatie is binnen en van alle domeinen.

Het bewuste publiek is buitenzinnig stil van vervoering.
Nooit klinkt er een slotapplaus, het stuk speelt voort zonder pauze.

(Denis Noble, The Music of Life, Biology beyond Genes 2006)

Kunsteducatie

Als mijn vader iets niet begreep zei hij:
‘Ik krijg er een kunstkop van!’
Karel Appel noemde hij steevast Piet Peer.
Als iets hem te sentimenteel was of te emotioneel jammerde hij:
‘Tranen van gevoel biggelen over mijn smoel!’
Of dan vroeg hij :
‘Weet je wat mooi is?’
Ik wist dat nog niet.
‘Viool, dat is zo mooi…en weet wat nog mooier is?’
Ook dat wist ik niet.
‘Twee violen…en weet je wat het allermooist is…een jukebox’

Als kind sleepte ik mijn ouders mee naar museum Boymans
of ik liet ze een echt boek met letters zien uit de bibliotheek.
Dan zei mijn vader: ‘Mooie kaft!’
Moeder wilde vroeger wel eens lezen, stripjes in de krant.
Opa riep dan:
’Ga wat doen, je verleest je verstand!’

Monitor

De naaktgeboren geest stoffeert zich met denkbeelden,
meestal tweedehands gedachtengoederen.
Trek ze er één voor één uit, als haren uit een wrat.

Wat resteert er dan nog…behalve het detecteren dat er geen haar meer te detecteren valt?
Het monitorscherm blijft leeg, maar wat merkt op dat het leeg is?
Kortom: Wat is de baas van de bovenbaas, wat controleert de controleur?

F.Wildesheim, uit ‘Nalatig Heden’ , dagboekfragmenten

Geen Neerslag

Van jongs af aan proberen ze ons wijs te maken dat we sterfelijk zijn.
Dat we alleen ons lichaam zijn, dat dit materiële voertuig onze enige ware realiteit is.

Het is alsof je van water zegt;
‘IJs is de enige werkelijkheid van water, andere vormen van water bestaan niet,
laat staan vormen die je niet kunt zien, zoals verdampt water’
‘Wij dienen ons bestaan op ijs te bouwen, daar kun je op vertrouwen’

Water kan niet vergaan, ook al gaat het nog zo ver, al verdampt een heel meer,
het water is niet weg. Het is nergens niet.

Zonder erkenning van al die andere vormen komt er nooit
enige ‘neerslag van betekenis’.

(F Wildesheim, ongepubliceerd dagboekfragment uit ‘Nalatig Heden’

Ruim

Het meest verbijsterende blijft dat de tienduizend dingen naast elkaar en tegelijkertijd bestaan in dit ene tijdloze moment, en dat alles zonder enige moeite of strijd.
Die strijd is maar schijnbaar.
Het kost de zee geen enkele moeite om eindeloos op de rotskust te beuken.
Een vulkaan braakt moeiteloos zijn lavastromen uit, zonder strijd.
De orkaan met een onschuldige meisjesnaam verwoest zonder inspanning het aardse mensenwerk.
De walnotenboom doet geen enkele inspanning om te groeien en te bloeien en honderden noten voort te brengen, het is zijn oorspronkelijke natuur te geven.

Ik geloof op geen enkele manier in het veel geroemde geploeter van de mens,
het nut en de zin ervan ontgaat mij volkomen.
Het duidt op ontworteling, op een vervreemding van de natuurlijke staat.
Het rare idee dat de mens zelf geen natuur zou zijn is diep ingesleten in de cultuur.
Je zou zelfs kunnen stellen dat dat de cultuur is, een verzet tegen de natuur en al wat natuurlijk is.
Natuurlijk kun je geen moeite doen om de natuurlijke staat te herwinnen, of te bereiken.
Elke poging daartoe is een stap er vandaan, zoals elke poging om geluk te benaderen
vergeefs is. Pas als geluk je niets meer interesseert valt het je toe.
(Fragment uit ‘de Ongeordende Dagboeknotities’
van F.Wildesheim)