Heintje Vleugelmoer

De wereldkampioen slaapt permanent
(gescheiden van zijn vrouw en kind )
in een pure zuurstoftent.

God, wat houdt hij toch veel van frisse lucht.
Zijn vel is kaler dan naakt, geëpileerd,
bruin geïmpregneerd met vaseline,
zo aerodynamisch als een zucht.

(alleen zijn oren vangen nog wel wind)

Spieren heeft hij vrijwel niet meer om
zo min mogelijk gewicht mee te torsen,
in de marathon simultaan dammen.

Erfgenamen


Michael Sowa

Ik was even naar het toilet geweest tijdens het familiediner in ons voormalig geboortehuis. Een gezelschap van erfgenamen.

Het duurde even voor ik besefte dat ik een losse deurkruk in mijn hand hield. Wat had ik gezegd vlak voordat ik de kamer verliet…?
Het enige wat mij te binnen wilde schieten was een onschuldige opmerking over de warme vertrouwdheid die ik met onze butler Ralph voelde…
‘Vinden jullie het ook niet opvallend hoe veel Ralph op ons lijkt..?
, hij heeft zelfs dezelfde kleur ogen!’ , dat was alles. En ik meende het oprecht.

In een poging de sfeer open te breken gebruikte ik de deurkruk als pistool en deed alsof ik daarmee onze butler neerschoot. Ralph was zo wellevend om mijn spel mee te spelen, dat had hij van jongsaf aan voor mij gedaan, niet plichtmatig maar met plezier.
Hij viel gracieus op het afgesleten hoogpolige tapijt.
De fles Champagne rolde daarbij over de vloer en liep in bruisende golfjes leeg als branding op het strand waar Ralph mij vroeger assisteerde met zandkastelen bouwen.

Mijn vijf oudere zusters verzuchtten bijna in koor:
‘Dat jong zal nu ook nooit eens volwassen worden!’
De aangetrouwden gromden instemmend, hoofdschuddend.

‘Sta op Ralph en doe eens normaal, anders ontslaan we je met terugwerkende kracht’! ,beveelde mijn oudste zus.
Mijn zwagers hielpen de grijnzende butler overeind.
Inmiddels werd ik omringd door gedempt sissende zusters:
‘Wat probeer je nu weer te insinueren, waar ben je mee bezig?…we kunnen je onterven, besef je dat wel!…ontoerekeningsvatbaar ben je!…

Verbijsterd incasseerde ik de aantijgingen.
Met zachte dwang werd ik de kamer uitgewerkt.
‘Ben je nou zo naïef of heb je een dubbele agenda, broertjelief!’. Tien ogen van dezelfde kleur keken mij manend aan.
‘……………………………..?’
‘Als Ralph op ons lijkt,… dan lijken wij toch ook verdacht veel op Ralph…’
‘Hoe zou dat nou kunnen…?’
‘Ge bezoedelt de goede naam van ons moeder, god hebbe haar ziel…’ vulde mijn Vlaamse zwager nog aan,

Stilaan drong het warme besef in mij door dat mijn vader nog leefde, mijn hele jeugd voelde ik meer zielsverwantschap met de butler dan met mijn ‘eigen’ vader die meestal op zakenreis was. Wat een heerlijke jeugd had ik genoten, niets gemist.
Het kostte mij nog veel moeite om ze te overtuigen dat ik er nooit iets van had geweten. Ralph was door moeder tot erfgenaam gemaakt op voorwaarde dat hij hun geheimpje zou bewaren.

Rovende roedel


Er is al veel geschreven over het civilisatieproces.
Over het dompteurschap van religie. Hoe God met zijn zweepjes
( de tien verboden ) het wildste dier van de tuin domesticeerde, handtam maakte.
Daar ga ik dus niets over zeggen.
Evenmin zul je mij horen over hoe het gevaarlijkste dier (homo homini lupus) in de tuin zich vermomde in schaapsvacht en zo evolueerde tot ‘Wolf van de Vrije Markt’ ,
dat hoef ik gelukkig ook niet meer te betogen. Dit mag als openbaar geheim algemeen bekend worden geacht.
Wat ik hier verder nog onbesproken wil laten is de wijze waarop de marktwolf nu zichzelf zou gaan beschaven door zich met datametingen aan banden te leggen.
Deze belofte lijkt op de dief die zichzelf gaat beroven van zijn talent om te stelen
…op de brandweer die zijn eigen branden gaat stichten, om nog beter te leren blussen…op de pharmaceut die een nieuw medicijn heeft uitgevonden waar nog geen ziekte voor bestaat, de ziekte komt nog…op de wapenindustrie die floreert bij elke geweldsuitbarsting.
Tot zover het overbodige.

Data zijn geen kennis. Ze geven geen inzicht in het wezenlijke, ze manipuleren symptomen. Data zijn een machtsmiddel in de klauwen van wolven.
Wie zijn data geeft investeert in de wereldwijd rovende roedel.

Tombola


Het waren een ingrijpende operaties geweest, in totaal vijf ingrepen, plastische hoogstandjes. Omwille van discretie noemen we hem hier X naar de onbekende grootheid.
Voorheen herkende men zijn gezicht uit duizenden, te markant om over het hoofd te zien, normaal over straat lopen was een onmogelijke opgave geworden. Overal waar hij zich in het openbaar vertoonde, zelf met zonnebril, petje, snor…werd hij nagewezen, aangeroepen, befloten. Een hitsig gebroed van televisiekijkers omringde hem, die deden alsof ze hem persoonlijk kenden. Wildvreemden, die hem amicaal op de schouders kwamen slaan, bijna agressief.

Feitelijk was X alleen maar beroemd geworden vanwege zijn grote bekendheid.
Op een vreemde manier begon dat aan hem te knagen.
Die buitensporige aandacht die hem ten deel viel stond in geen enkele verhouding tot zijn prestatie… Hij las hardop de presentatie van een autocue voor het programma, dat zo’n beetje het gemiddelde van alles bevatte zodat het de hoogst gemiddelde kijkcijfers scoorde.
Financiëel lachte het leven hem toe…het was alleen geen leven meer in het openbare domein. Was hij een voortvluchtige crimineel die een nieuw leven wilde beginnen? Het enige verschil was dat hij niets gedaan had.
Voor zijn fortuin had hij ook niets gedaan, hij was domweg binnengelopen dankzij zijn markante kop. Hij liep eens binnen in een reclamefilmpje, in een kwisprogramma voor oude bekenden, uiteindelijk mocht hij meedraaien in de tombola van de loterijenreclame…

Op een of andere manier hadden de bladen lucht gekregen van zijn medische behandeling. Zelfs toen hij de kliniek verliet ,zijn gezicht half omzwachteld met verbandgaas, pleisters, zijn huid nog blauw van de bloeduitstortingen, hechtingen,
stonden verslaggevers en fotografen hem op te wachten.
De luizen herkenden hem aan zijn bolide. Daarna, onderweg naar huis had hij het tuig af weten te schudden. Zijn opvallende auto had hij meteen van de hand gedaan.
Eenmaal in het buitenland zou hij meteen een andere naam aanschaffen.
De hele onderneming kostte hem een vermogen.
Hij droomde ervan zijn leven verder anoniem door te brengen.
Om zich als een niemand onder de bevolking te begeven.
Zijn nieuwe gelaat was zo goed geslaagd dat hij er zelf niet aan kon wennen.
Elk onderdeel was perfect, zijn kin, wangetjes, neus, voorhoofd leken alleen niets meer met elkaar te maken te hebben.

Hoe zou hij als het erop aankwam ooit nog kunnen bewijzen dat hij het toch echt zelf was? De enige echte….de onvervalste… wat zou hij nog als bewijs kunnen aanvoeren mocht het ooit nodig zijn? Af en toe spookte het door zijn hoofd…kon hij worden gearresteerd wegens identiteitsfraude?
Soms twijfelde hij echt of hij het zelf wel was…bestond er wel een criterium?

Dokter Tornado

‘Noemt u mij maar Flip ‘, zo stelde dr. Ph. Tornado zich voor.
‘Dag Flip, zegt u maar gewoon van Geenen hoor!’.
‘Zeg het eens meneer van Geenen, wat is het probleem?’
‘Geen probleem, ik kwam mij alleen inschrijven…verplicht door de verzekeraar!’
‘Dat is geen probleem, regelt u dat maar met mijn assistente!’

Sindsdien hebben we een vreemdsoortige relatie omdat we elkaar nooit treffen.
Nu moet ik zeggen dat Flip ook niet erg toeschietelijk is of zomaar eens gezellig bij je thuis komt. En eerlijk gezegd ben ik het soort ‘patiënt’ (etymologisch: een geduldoefenaar) die zich al onwel begint te voelen door de weeë medicijngeur die de dokterspraktijk vergeeft. Gecombineerd met een arsenaal aan medische missers die mijn directe verwanten heeft getroffen kwam ik tot het devies: ‘zorg, mijden als de pest’.

Toen ik Flip een keer op straat tegen het lijf liep merkte hij op dat hij mij nooit zag in zijn praktijk. Openhartig deelde ik mijn scepsis met mijn nieuwe huisdokter.
‘U bent dus een zorgmijder’ stelde dokter Tornado razendsnel zijn diagnose.
‘Inderdaad, uw beroep werkt op mij in als een Nocebo met louter vervelende bijwerkingen, ik ben meer een liefhebber van Placebo’s’, lichtte ik mijn vers vastgestelde aandoening toe.
Dokter Tornado probeerde niet schamper te lachen.
‘Maar vindt u het niet zorgelijk dat u zorg mijdt?’ vervolgde hij zijn straatonderzoek.
‘Welnee, als wij elkaar vanaf vandaag nooit meer zouden zien dan vind ik onze relatie meer dan geslaagd?’, zei ik zo diplomatiek mogelijk.
Dokter Tornado fronste zijn snor en hervatte zijn hulpverlening:
‘Maar wat verwacht u dan van mij?’
‘Dat u op gepaste afstand blijft…realiseert u zich wel dat elke artspraktijk een brandhaard van infecties is!’, zei ik zo inlevend mogelijk.
‘Ik ben bang dat u aan smetvrees lijdt…ik kan u daarvoor doorverwijzen?’
Ik keek hem zo onbevreesd mogelijk aan.
‘U beseft wel dat u zekere risico’s loopt..?’
‘Zeker, hoe langer ik hier blijf komen er steeds meer diagnoses bij…dat is nu precies wat ik bedoel!’
Dokter Tornado keek mij meewarig aan en gaf mij nog advies mee dat ik mijn eigen verantwoordelijkheid moest nemen en zelf de consequenties diende te aanvaarden
van mijn zorgmijdend gedrag.

Wanneer ik Flip nodig had voor een schimmelzalfje of een oordoorspuiting, was hij afwezig of ziek. Ik weigerde met minder dan hem zelf genoegen te nemen, terwijl ik de keuze had van zeker drie vervangende artsen, al dan niet in opleiding.
Ik wilde ‘the real thing’ dus werd ik door zijn zeer adequate assistente behandeld.
Zij blijkt de enige constante factor van de groepspraktijk en ze ruikt tenminste niet naar medicijn.
Om geduld te oefenen heb je geen dokter nodig.
Geduld is de apotheek van de ziel.

Gematigd radicaal

Het werk van Bart van der Leck heeft voor mij iets ontroerends.
Anders dan het werk van Mondriaan dat ongenaakbaarder is, ver verheven boven de aardse anekdotiek.
Van der Leck bleef altijd met één teentje met de grond van het aardse, waar Mondriaan gewichtloos de horizon ontsteeg.
De abstracten zijn radicalisten, rigoureus. Van der Leck was ook radicaal, maar met een slag om de arm, rigoureus met een vangnet.
Er blijft steeds een verwijzing naar figuratie, naar het verhalende.
De reclame voor Delftsche Slaolie vind ik ook van een ontroerende naïviteit. Dat een slaoliefabrikant uitgerekend
Bart van der Leck vraagt om reclame te maken is al hartveroverend. Reclame is doorgaans eenduidige propaganda voor een product. In dit geval is de boodschap bijna onleesbaar en het beeld zelf is niet eenduidig terug te brengen tot iets figuratiefs?
Alleen daarom ben ik geneigd om dit werk als een hoogtepunt te zien in zijn oeuvre zoals ook Victory Boogie Woogie dat is.
Het komt het dichtst bij totale abstractie terwijl het tegelijkertijd het meest figuratief en anekdotisch is.
Bekijk het beeld maar eens ondersteboven…je weet echt niet meer wat je ziet!

De laatsten der Manuelen

Manuelen leven in reservaten, niet dat het indianen zijn, al vormen ze wel een uitstervende populatie. Niet dat ze meteen uitsterven, wel worden ze stilaan vervangen door automaten…of ze worden zelf een automaat.
Bovendien, Indianen waren natuurlijk in feite ook geen indianen. De verdwaalde ontdekkingsreiziger dacht dat hij in India aan land stapte. Hoe hardnekkig zo’n misverstand kan blijven voortbestaan! Het schijnt makkelijker te zijn een volk uit te roeien dan één zo’n misplaatste aanname recht te zetten…
Maar laten we de ongepaste term Indianen voor het gemak handhaven voor de wereldwijde groep ‘handenarbeiders’.

In aangelegde en omheinde ‘natuurreservaten’ leven de ‘handmatigen’ in hun schamele huisjes. Zij doen nog graag dingen met de hand:
Ze zagen, laven, malen, kerven, galmen, timmeren, hurmen, torsen, hakken, spitten, scheppen, maaien, breeuwen, flossen, kwasten, walsen, knippen, melken, lijmen, pulsen, splijten, vijlen, reven, lassen, pulken, vorsen, tergen, mesten, kolven, pletten, kleunen, vegen, borgen, wegen, buigen, wolgen, smeren, laden, ijken, beunen, ruimen, vlassen, bleken, talmen, heffen, gluimen, baltsen, stichten, flessen, kuilen…
Ze genieten van het zelf handelen, zelf aan te raken…
Deze ‘Vuilhandigen’ leven onder de wereldheerschappij der automaten, die alles uit handen willen nemen. Een totaal handelingsonbekwaam mens lijkt het ideaal van de automaat. De automaat meent dat hij zelf wel de aan en uit-knop kan vinden.

Gezegend zijn de nooit ontdekte landen, gezegend zijn de nooit ontdekte diersoorten, die zwemmen in de voorwoordelijke zee van anonimiteit, nog volkomen handelingsbekwaam.

Digitaal verhaal

1 was al vroeg opgestaan, 0 lag nog in bed te slapen of te doen alsof.
Het ergerde 1 dat 0 zorgeloos de dingen aan hun lot overliet, terwijl er zoveel
gedaan moest worden volgens de uitgelezen programmatuur.
Vermeend per ongeluk liet 1 een pan uit haar handen glippen
zodat 0 zich geroepen voelde te vragen of alles goed ging daar in de echte wereld.
0 noemde de dingenwereld ironisch de echte wereld, zo tastbaar dat ze geen bewijs nodig had om te bestaan. Dat was wel wat anders dan de mogelijke wereld van de verbeelding.
Die denkbeeldige wereld schreeuwde als het ware om handen en voeten die haar waar moesten maken. De 1 vond 0 maar een nul, maar voor de 0 stond zij toch nummer 1.
Ze spraken niet meer met elkaar, ze wisselden alleen nog data uit in de digi-taal.
De 1 voelde zich heel wat ten opzichte van de 0 , volgens haar ontleende de nul zijn bestaansrecht geheel aan de aanwezigheid van de 1.
0 trok dat stilzwijgend in twijfel. De 0 was onverwoestbaar aanwezig, niet alleen als
cijfer maar als absolute zijnsgrond. Een 1 kun je immers vernietigen, deleten, maar een 0 bleef voor, tijdens en na de vernietiging onverminderd en ongeschonden aanwezig.

Toegegeven: dit is een verhaal van niks, maar niemand vertelt het.