Auteur: openbaargeheim.
Terrasje
Zij vermoedde bij de obers die zulke terrasjes arrangeerden
een aangeboren zintuig voor ‘Sprezzatura’. Dat wonderlijke
begrip dat ‘voorname slordigheid’ voortbracht, ‘achteloze virtuositeit’.
Zoals de weeffout in het Perzische tapijt een
kenmerk vertegenwoordigde van levendige volmaaktheid.
Er werd al genoeg dode schoonheid geproduceerd, wat natuurlijk
een onmisbare referentie vormde voor het sublieme.
Terrasje
God, wat hield zij van terrasjes,
kleurige terrasjes verdrinkend in het zomerlicht,
waar het schaduwgebladerte van liefst een oude plataan
aan tafel zat samen met het vleugje wind.
Een verstild verheugen overstroomde haar hart
alsof het steeds weer die eerste zomer zou worden.
Ze probeerde zich de allereerste zomer ooit
voor te stellen. Er moest toch ooit een eerste zomer
op aarde geweest zijn?
Dat moest zo mooi zijn geweest, onvoorstelbaar mooi.
Of was het jammer dat er toen nog geen terrasjes waren?
Terrasje
Soms vond zij een zomerterrasje zo mooi,
dat ze het zonde vond om er te gaan zitten.
Dat had ze ook wel eens met een mooi opgemaakt bord
eten in een restaurant, zonde om op te eten…
Hoe vaak was ze dan niet weggelopen uit het restaurant,
puur uit esthetische overweging, uiteraard wel
na een welgemeend excuus.
Verkennen

Uitnodiging voor een blinde verkenning, ergens…
Om het avontuurlijke karakter van het verkennen optimaal te maken
spreken we nergens speciaal af, uiteraard met daarbij de mogelijkheid inbegrepen
dat we elkaar mis kunnen lopen.
Ik zal mij zo onopvallend mogelijk ophouden in de openbare ruimte.
U kunt mij herkennen aan het ontbreken van specifieke kenmerken,
om u volledig vrij te laten zelf te bepalen wat kenmerkend is volgens uw norm,
als u daar al een norm voor hebt?
We spreken geen vooraf bepaald tijdstip af ten behoeve van de spontaniteit.
Ik stel voor dat we ons niet voorstellen aan elkaar, elke voorstelling vooraf werkt beperkend voor een echte ontmoeting.
Ik stel alleen een wachtwoord voor waarmee u mij kunt aanspreken wanneer
u uw vermoeden helder bevestigd wilt hebben.
Het wachtwoord luidt: ‘Ben u het?’
Ik zal dan zeggen, als ik het ben: ‘Ja, ik ben het!’
Om aan mij kenbaar te maken dat u het eveneens bent kunt u nogmaals vragen:
‘Bent u het echt?’
Waarop ik zal antwoorden: ‘Ja’ ,er van uit gaande dat ik het ben…
Daarop kunt zeggen: ‘Ik ook’ ,mocht u het echt zijn…
Wat schittert er door afwezigheid?
Dansje
Vaal Veulen had zojuist de waterkruik laten vallen…
‘Waarom zijn de dingen precies zoals ze zijn?’ ,vroeg hij aan meester Tandeloos terwijl hij hem de verse scherven toonde.
‘Ruimte geeft de dingen hun vorm…ruimte is de mal die naadloos om alle tienduizend dingen past, welke vreemde vorm ze ook hebben’
‘Hoe komt ruimte zo veelzijdig?’ ,vroeg Vaal Veulen.
‘Ik weet het niet, wellicht omdat ze overal tegelijkertijd is?….zie je deze plank’ , ging Tandeloos verder: ‘ruimte bepaalt nauwgezet haar lengte, breedte en dikte…ze sluit overal nauwkeurig aan op de huid der dingen.
Zie deze kapotte kruik, ruimte heeft haar gevormd als een gat dat haar van binnenuit omvat…nu is de vormruimte weer vrij’.
‘Maar meester, ruimte heeft geen handen, hoe kan ruimte dan alle dingen vormgeven’.
‘Ruimte maakt gebruik van onze lege handen, van ons lege hoofd, door onze lege handen wordt klei vormgegeven tot een kruik’.
‘En als wij vol zijn?’
‘Dan kan ruimte haar werk niet doen, volle handen kunnen niet vrij handelen, een vol hoofd kan niets ontvangen’.
‘Zijn wij dan eigenlijk geen ruimtewezens?’
‘Ruimtewezens…’ , Tandeloos proefde het woord alsof hij het nog nooit in zijn mond had gehad, ‘wellicht zijn wij geland op deze wonderlijke planeet om handen en voeten te geven aan de ruimte’.
Tandeloos maakte nu een vreemd buitenaards dansje met zijn oude lichaam.
‘Zie je….ruimte werkt spontaan door ons heen, niemand hoeft daar iets voor te doen’.
‘Ik begin steeds minder te begrijpen wat ruimte is’.
‘Daarom wordt ruimte ook wel het mysterie ongeschapen scheppen genoemd’.
Vaal Veulen begreep er niets van en gaf zich over aan het dansje van Tandeloos.
Het voelde alsof zijn hart een gat in de lucht sprong.
Vers van het Veld
Vers van het Veld
Kameel
Vaal Veulen vroeg zich op een dag af wat tijd nou was…
Hij vroeg het aan meester Tandeloos bij zonsopgang.
‘Tijd is als de twee bulten van een kameel’ ,zo begon Tandeloos weifelend,
‘de voorste bult is de toekomst, de achterste bult is het verleden…’
‘ …en het dal tussen die twee bulten ben jij…’
‘Is dat dal dan Nu?’ , vroeg Vaal Veulen verwonderd over de beeldspraak,
hij zag de kameel levendig voor zich.
‘Dat kan… maar het heeft geen zin om dit dal het ‘Nu’ te noemen, dan krijg je er alleen maar een bult bij…..en wie zit daar op te wachten, het dal in ieder geval niet,
het dal noemt zich niet’.
‘Hoe laat is het dal dan….of hoe vroeg?’ ,vroeg de jongen.
‘Wie het dal is kent geen tijd…de duur van het dal is onmetelijk’ ,verklaarde Tandeloos.
‘Maar wat betekent de rest van die kameel dan?’
‘Begrijp mij goed’ ,zei Meester Tandeloos nu heel bedachtzaam, ‘ik heb het hier natuurlijk wel over een kameel zonder benen, kop of staart…en het lijf kun je trouwens ook gerust wegdenken’
‘Dus alleen maar die twee bulten?’ ,
‘Nou ja, ik ben in een ruimhartige bui vandaag’ ,zei Tandeloos lachend,
‘laat die bulten bij nader inzien ook maar weg’.
Vaal Veulen zag nu een grote leegte in de vorm van een kameel voor zich,
tot ook die verdween.
Vers van het Veld








