Baba Yaga

‘Moetje voorstel boerman: jij stap als eerlijke volgzaam staatsboerger jou haus aut en die hele weg ies weg, gewoon weg gestolen!’

‘Wat zegt u buurman?’

‘Ach, jij moet gewoon niet aan denken…die weg gestolen…ies te veel idioot!’, jammert mijn buurman Oleg Kopolev, de verbannen Rus.
De diefstal had s’nachts plaatsgevonden. Kopolev had in de vage verte wel enig gedreun en gedruis gehoord, maar had zich de avond ervoor een doelmatige verdoving toegediend met illegaal gestookte Wodka.

‘Zonder Vodka zal geen één staatsboerger meer roestig slapen, lauster Viektor… als men zou weet van die ongelooflijke absoerd gevaar die de Staatsbewind weet te organiseer…elk dag… jou zenoew zou doorbrand, jij moet verdoven, ja? anders jij hoor teveel, zie te veel .’, stamelt Oleg gelaten terwijl zijn hand zichzelf nog wat bijschenkt, water… want hij drinkt nooit meer, zegt hij te vaak.

Kopolev is nog dagelijks verbijsterd over Nederland…dat alles er de volgende ochtend nog gewoon is en dat er kennelijk dus nooit iets geboert.

‘Saai ies die hoogste haalbaar geloek’, grijnst de voormalige Rus grimmig…’alleen jij gaat langezaam dood van die verveling…in Roesland jij verveelt jou nooit…doodsangst verveelt nooit!’, Oleg laat een akelig lachje horen.

‘Vertel verder Oleg, waar was de weg gebleven?’, vraag ik hem…naar de bekende weg.

‘Daar was boem opeens… één vlakte paun, alles weg met boelldozer, de wegen waren weg…al die bomen, lantaarnpalen geplet, aan de kant geschoof …onze haus stond aan rand van een paunvlakte… Ik metéén aangifte gaan doen bij die oud partijboero van staat, maar ook die gebouw weggeveegd’,

‘… die boeldozermannetje sprak vreemd Siberisch dialect en doet alles gewoon in opdracht van ‘Ministerie van Hygiëne’….ze lieten mij een vaag stencilformulier zien als bewijs…er moest een vaulnisstortplaats gebouwd word om al die nooit verwerkt afval kwijt te raak, staatsafval..’
‘Gewoon kwestie van raumtelijk ordning’, zij hebben mij gezegd!’

‘En toen Oleg?’

‘Wij gevloecht… viel niet mee, we krijg geen uitreisvisoem. Toen Staat wist dat wij de Staat wilden verlaten zijn wij oud vaul behandeld en sabotage’

‘Hoe zijn jullie dan ontsnapt Oleg?’

‘Te voet…in de nacht de grens overgekropen, bewaker omgekocht!’, Kopolev neemt nog een slok uit zijn spaflesje.

‘Ongelaublich!…’, verzucht ik na Oleg’s relaas, ‘
het is toch niet echt waar’

‘Welnee, jij moet gewoon niet aan denken, nooit, zeg mijn Kaukasisch moedertje altijd, zij hield nog altijd van Stalin…van angst!’….

‘Ach, Viektor, ies gewoon één oeroud Roessies volkssprookje van Baba Yaga, die gekke heks in haar hoet met die vogelpoten, het kan echt niet waar zijn, zo bizar!’

Oleg tuurt over het groene Hollandse weiland en mompelt:
‘Had ik maar die hoet gehad van Baba Yaga…’

Steeds als ik Oleg tegenkom zie ik een hoed met vogelpoten, natuurlijk bedoelde hij gewoon hut, heel gewoon. En Baba Yaga, wie kent die niet?

Doorschijnend

salamandertje
zo jong al op de lelie
fragiel doorschijnend

heb je wel alles
binnen dit ene huidje
weten te stoppen

maagje, hersentjes
botjes, één ruggengraatje,
één kloppend hartje

ach, bijna was je
die kleine ziel vergeten
opgelucht zucht het

Osho Ozamaki uit: ‘Meer Manke Verzen’ ,FutonPress 2017

Jeugdzonden

als achtjarige begon hij
het Bonsai-bevrijdingsfront
’s nachts ging hij op pad

uit doodse tuinen
werden boompjes ontvreemd
van dwangbuis ontdaan

herplant in het bos
vierden bevrijde wortels feest
juichende takken alom

‘de bonsaibende’
opereerde ondergronds
werd nooit opgepakt

nu komt dit aan het licht
de goede werken zijn verjaard
bomen groeiden groots

bejaard achtjarig
helpt hij bonsai-mensen uit
die veel te nauwe pot

het bodemloze
verschaft verse bestaansgrond
lukraak is hun bloeiwijze

zeer vreemde vruchten
bevolken het mensenbos
het weet niet wat zich proeft

Osho Ozamaki uit: ‘Meer Manke Verzen’, Futonpress 2017

elk hondje

 

sinds Tojo’s hondje
op Fuji’s huid loopt

prik ik meer keutels dan vuil
ik moet bekennen

haar keutels zijn zo wit niet
als de sushi die

zij het liefste eet
Tojo bewaart graag

zijn favoriete sushi voor haar
uit zijn mond gespaard

overtuigd als hij is
dat zij de Kami’s bewaakt

ik geloof dat niet zo
ik weet wel beter

in elk hondje woont
dezelfde Kami

van mij krijgt ze
zalm-sashimi

heilige kak

 

 

Osho Ozamaki uit:’Meer Manke Verzen’, Futonpress 2017

Proef

 

leegte wordt niet

voor vol aangezien

 

als een ruime mondholte

sabbelt ze vredig

op de tienduizend dingen

 

als een onzichtbare tong

aan zoete zuurtjes

 

stil kosmisch gesnoep

niets smaakt zo

als dit

voorproefje

 

 

Osho Ozamaki uit: ‘Verse Manke Verzen’, Futonpress 2017

Eerlijk gezegd

Vaal Veulen was met overduidelijke weerzin het tuinpad aan het vegen.
Zijn gezicht sprak boekdelen vol ergernis en verveling.

‘Zeg eens Veulen, kun je niet wat vrolijker vegen, het klinkt zo zwaarmoedig, zulk gezwoeg op deze prachtige ochtend’ , vroeg Tandeloos vriendelijk.

‘Ik heb eerlijk gezegd helemaal geen zin om te bezemen’ , bekende Vaal Veulen.

‘Waarom doe je het dan, ….. eerlijk gezegd?’ , vroeg Tandeloos gespeeld bezorgd.

‘Ik wil niet dat u over het vuil valt meester Tandeloos….en als ik het niet doe dan doet niemand het!’

‘Haha, Vale dan laat je het ‘niemand’ toch doen!….niemand doet het vast heel graag, dat weet ik heel zeker’, verklaarde Tandeloos opgewekt, ‘vraag het maar eens aan niemand!’

‘Niemand?’ ,herhaalde Veulen verbaasd, ‘wat bedoelt u daar nou weer mee?’

‘Luister goed Vale,….eerlijk gezegd…heeft er nog nooit iemand gefietst, want alleen een fiets kan fietsen!’ Tandeloos wees verwonderd naar de wolken die doelloos voortdreven.
‘Niemand bakte ooit een brood, want alleen brood kan bakken. Niemand zaagt, alleen een zaag zaagt’.

‘Dus alleen bezems kunnen vegen?’ , probeerde Vaal Veulen.

‘Juist, je hoeft ze alleen wat leven in te blazen en ze vegen zo alles aan de kant!’

Vaal Veulen keek bedenkelijk. ‘Maar mijn handen moeten toch het werk doen?’

‘Precies, maar zie je niet dat je handen handelen, zie je niet dat  handen al dat werk doen?’
‘Schrijf maar eens op wat we net hebben besproken dan zul je zien dat alleen de pen kan schrijven…er is geen schrijver!’

Vaal Veulen ging aan tafel zitten en zag de pen in zijn hand schrijven wat er allemaal gezegd was.
Moeiteloos ontstonden er woorden op het papier, zonder schrijver.

‘Lees het maar voor als je wilt’ , vroeg Tandeloos benieuwd.

Na het voorlezen vroeg de Oude: ‘En Veulen, ging dit niet vanzelf, was er niet alleen lezen? Of zag jij ergens een lezer?’

Vaal Veulen wist niet wat hij nog wilde zeggen.

‘Zie je Veulen, laat je leven door het bestaan en alles zal vanzelf gaan….vele
mensen klagen dat het leven ze ontglipt, dat het als los zand door de handen loopt,
maar dat is juist de bedoeling, zonder doel zijn’ ,legde Tandeloos uit.

Vaal Veulen begreep er niets van, maar na deze dag verwonderde hij zich erover dat het pad geveegd werd, dat het brood gebakken werd, dat de soep kookte.
Het leven bleek nog steeds wonderlijker te zijn dan Veulen zich kon voorstellen.

Verhaalvisser

Falko Seelmond de verhalenvisser ging elke ochtend naar het taalstrand met zijn sleepnet vol met gaten. Daar viste hij aangespoelde verhaalfragmenten op uit de ondiepe branding. Hij luisterde aandachtig naar de verhaalflarden als de natte tekst op het droge naar lucht lag te happen :

“Ober, er zit eelt op mijn biefstuk…hij is zo taai als een natuurrubberen badeend!”
……
Met afgrijzen gooide Seelmond het onsmakelijke fragment meteen terug in zee.
Een ander begon met:

“…een invasie van fluitende badeenden verstoorde het stiltegebied, er werd besloten deze winter maar niet bij te voederen…”
……..
“Mijn strijd tegen de slappe lach begon pas echt fanatiek vorm aan te nemen toen ik ‘den School met den Bijbel’ met frisse tegenzin betrad, als een volgelopen badeend maakte ik tenslotte geen enkel geluid meer.”
……..
“V, de zeldzame schoft uit Appelscha was telg uit een vroom Vrijmetselaarsgeslacht, beschaafd tot op het bot, allergisch voor jeuk en huiduitslag, huisdieren verdroeg hij niet behalve zijn tropische badeend.”
…….
“‘Zonder mij vind ik er ook niets aan’, verklaarde Rogier Fagel oprecht tegen zijn voormalige ega Wendelien Peuzelvreugd, en dat nog voor het voorgerecht goed en wel was opgediend, gepocheerde badeend”

Wat Falko Seelmond ook ving, alles was ver onder de maat, tranig, te veel graten en zo flauw…het kwam toch allemaal uit dezelfde zoute zee…!
Er zat weer niets bij voor consumptie, zo ging het al maanden, de verhalenvisser gooide z’n hele vangst terug in de branding.